fbpx
Ashman - Abbas Al-Yousefi

Het Rotterdam Arab Film Festival is terug met een omvangrijker programma dan ooit. Nog tot en met komende zondag zijn films te zien uit de Arabische wereld. De nadruk ligt op films die stereotiepen doorbreken.

“Een reis van duizend mijl begint met een stap. De filmzaal is het begin van die reis.” Aldus Said Kasmi, de Rotterdamse wethouder van Cultuur, Onderwijs en Toerisme bij de opening van het Arab Film Festival afgelopen woensdag. Uit zijn woorden spreken hoge verwachtingen van wat film kan betekenen. Dat past bij het Arab Film Festival, dat van invloed wil zijn op het denken over de Arabische wereld.

Daarover bestaan veel stereotiepe opvattingen. Het festival toont met een overzicht van recente films juist de veelkleurigheid van de Arabische wereld. Op het programma staan dertig korte en lange films, afkomstig uit – daar gaan we – Marokko, Tunesië, Egypte, Qatar, Koeweit, Saoedi-Arabië, Palestina, Jordanië, Syrië en Irak. Het grote aantal landen illustreert de enorme diversiteit aan films. Logisch, want de term Arabische cinema is net als Europese cinema een paraplubegrip dat weinig zegt over individuele films. Zo veel filmmakers, zo veel visies.

Een kleine greep uit het programma. Regisseur Nabil Ayouch, die we kennen van de taboedoorbrekende films Les chevaux de Dieu, over de oorzaken van de radicalisering van jongeren, en Much Loved, over prostitutie in Casablanca, voert in zijn nieuwe film Casablanca Beats een cultureel werker op, die met een groepje jongeren met hiphop aan de slag gaat. Conservatieve mensen in de wijk spreken er schande van. Het eveneens Marokkaanse Collapsed Walls (Hakim Belabbes) is een lyrisch drama over de cirkel van leven en dood in een klein stadje. De hypnotiserende film wordt wel vergeleken met 1001 Arabische nachten. Opbeurend is Bara el manhag van de Egyptische regisseur Amr Salama. Een weeskind ontdekt in een vervloekt huis een geest die hem helpt om zijn dromen te verwezenlijken.

Uit Tunesië komt Ghodwa van Dhafer L’Abidine. In het sociale drama verzorgt een tienerzoon zijn zieke vader, die hij door de scheiding van zijn ouders lang niet gezien heeft. Het contact tussen beiden is niet zonder risico, omdat de man een verleden heeft in het verzet tegen de Tunesische dictatuur.

Naast films over sociale onderwerpen vertoont het festival een paar komedies. Daaronder Ashman van de Koeweitse regisseur Abbas Al-Yousefi. Een wetenschapper brouwt een magisch drankje waarmee hij een kerel in een superheld verandert om de wereld van corruptie en complotten te bevrijden. Voorafgaand aan de film is er een panelgesprek over Arabische komedies met schrijver Abdelkader Benali en actrice en scenariste Fadua El Akchaoui.

Het laatste woord is aan festivaldirecteur Rosh Abdelfatah, die de noodzaak van het festival nog eens onderstreept: “Er zijn gedurende het jaar weinig momenten waarop de cultuur uit het Midden-Oosten onder de aandacht komt. Ook zijn er bijna geen Arabische films te vinden in de Nederlandse bioscopen. Er is geen plek waar jonge filmmakers in een sfeer van vrije uitwisseling en discussie kunnen samenkomen om elkaar onverwacht te ontmoeten. Dat gebeurt nu juist wel tijdens ons festival, zo ontstaan vaak nieuwe ideeën voor urgente films en samenwerkingen.”

Bron: Filmkrant

Auteur: Jos van der Burg